pagina-inhoud

Hoofdmenu:

Carnavalsvereniging de Boergoenzers, Rotterdam


Ga naar de inhoudsopgave

History

Div

Het ontstaan van Carnavalsgroep "De Boergoenzers"



Het is 22 juni 1962. De zomer gaat de tweede dag in. In de achterzaal van de H.H. Michael en Clemens complex vergadert een groep 'samenzweerders'. Onder voorzitterschap van de Zeereerwaarde pater rector Alardus Jans broeden de twaalf mannen op een geheim plan. Niemand mag nog iets weten. Hun zit rond te tafel komt door eerder denkwerk en initiatief van Kees Bastiaanssen, Peter Strooband en Kees Reniers. Zij vinden de tijd rijp voor een georganiseerd carnavalsfeest. Rector Alardus is enthousiast, iedereen aan tafel trouwens. De Carnavalsgroep is geboren. Tegelijk beseffen de aanwezigen dat veel, heel veel, inventieve creativiteit nodig is voor het opzetten van een gedegen organisatie.

Er moet een Prins komen, een Raad van Elf en natuurlijk een scenario voor een intocht. Het uitreiken van onderscheidingen dient ondergeschikt te worden aan een ceremonie-protocolair. Teksten moeten in carnavalsjargon en ook van de medewerking van derden moet de groep zich verzekeren. Duizend en een zaken zijn nog te regelen, soms fulititeiten maar ook in hoofdlijnen. Enthousiast en energiek gaat de groep aan de slag. Problemen doemen tijdens de route in ruime mate op en blijken soms maar moeilijk te slechten. Niemand laat zich hierdoor uit het veld slaan. Aan het eind van het jaar staat de organisatie als een huis. Het carnaval in Charlois is een feit.

In dat zelfde jaar bakken bekende bakkers als Bijl (Wolphaertsbocht), Klein (Dorpsweg), Ruizeveld (Frans Bekkerstraat), Zaanen (Zuidhoek), Timmers (Dokstraat), Van der Meer & Schoep (Gouwstaart), Van Gelder (Schulpweg) en Hordijk (Zuidhoek) 's nachts als anders brood en banketartikelen. Dagelijks zwerven hun bezorgers met de handwagens of bakfietsen uit naar de vaste klanten in Charlois. Ook melkboeren in dienst bij Bouma, Barendregt, Blok, Van Berkel's Melkinrichting en Vaandrager doen in Charlois, Zuidwijk en Pendrecht hun werk. Ze zijn concurrenten en proberen elkaar natuurlijk klanten af te snoepen. Ook bij de broodbezorgers is de strijd fel en deze wakkert aan door vooral de premies die grootbakker Van der Meer & Schoep het bezorgpersoneel in het vooruitzicht stelt voor het werven en behouden van nieuwe klanten. Het Zweeds wittebrood en alison en het latere King Corn 'van de bekende Japie reclame' geeft de kleine bakkers grote zorgen. De een na de ander legt het loodje en doen klanten en bezorgers over aan Van der Meer & Schoep, waar men naast brood kennelijk ook eigen specimen bakt, want er blijkt altijd geld voor de overname van wijken, bezorgmatriaal en mensen. De melkboeren hebben het een stuk gemakkelijker. Zij verenigen zich in 1963 binnen de 'melksanering'. Elke bezorger krijgt een paar straten toegewezen als wijk en dat blijkt een fikse stap in de goede richting. In de vakantietijd is de nieuwe wijze van bezorgen succesvol uitgetest. Werkelijke concurrentie doet zich onderling nauwelijks meer voor, behalve dan dat er toch ook melkboeren zijn die voormalige klanten buiten de toegewezen wijk toch stiekem van melk en aanverwante produkten voorzien. Wel ontstaat een oorlog tussen melkfabrieken zoals De Combinatie, Sterovatie 7x, Verenigede Zuivelfabrieken (VZ), De Graafstroom en de Rotterdamsche Melk Inrichting (RMI), De directies proberen elkaar te slim af te zijn als een melkbezorger stopt door het opkopen van zijn bezorgwijk. Een nieuwe slijter kan de wijk kopen, mits deze dan ook producten van de melkfabriek betrekt. Los van deze ontwikkelingen staan de melk, brood en ook krantenbezorgers als de vrijgezelle broers Rens en Hans Dijkstra uit de Dokstraat, midden in het leven. Rens bestiert een uitdeelpost voor Het Vrije Volk in de Wolphaertstraat en zijn oudere broer Hans beheert voor de krant een rayon vanuit het buurtgebouw Tarwewijk aan de Polslandstraat.

De reden om van deze beroepscategorie melding te maken, is dat ze wel degelijk iets met carnaval hebben te maken. Eigenlijk zijn al die 'straatfiguren' de ogen en de oren van de buurt. Hier horen ze iets en daar hebben ze zelf iets te vertellen over wat klanten hen toevertrouwen of ze in de wandeling vernemen.

Het aanstaande carnaval in Charlois is zo'n nieuwtje, dat de gemoederen danig bezighoudt. Carnaval is immers iets van beneden de grote rivieren en heeft te maken met 'gelovigen die eerst uit de band springen en dan weken achtereen vasten'. En ook een feest van wijntje en trijntje. Zo spelen bakkers en melkboeren en krantenbezorgers een geheel eigen rol in de berichtgeving over het carnavalsleven. Er komt een heuse Prins en een Raad van Elf en schitterende decors en praalwagens weet de een te vertellen. Zeker weer een nieuwe rol voor de pastoor veronderstelt een ander. Maar niemand weet het zeker, ondanks de gonzende geruchten. Daaraan komt een eind als de voorbereidingsgroep eindelijk openheid naar buiten geeft. De straatbezorgers vertellen het hun klanten weer, nog meer en beslist kleurrijker dan de minimale berichten in Het Vrije Volk, Rotterdamsch Nieuwsblad, Het Zuiden, en Het Groot Charlois. Het Clemenshuis aan de Gruttostraat zal op 23, 24, 25 en 26 Februari 1963 vier avonden achtereen het trefpunt zijn van maximaal 250 zotten en zottinnen per keer. In carnavalstijd heet het voormalige parochiegebouw (nu wijkgebouw Clemenshuis) Dwalmdam en groeit in 33 jaar naar een herkenbare en markante carnavalsburcht.

Kees Bastiaanssen later ook actief geweest als Prins van de Smooksnuivers in Rozenburg, wordt in 1962 benoemd tot Prins Clemizot de Eerste der Boergoenzers. Hij staat bekend om zijn Brabantse luim en bovenal voor zijn goede ideeën. Hij houdt het zeven jaar vol en dat komt echt alleen omdat het Dwalmvolk hem op handen draagt, maar nog meer als antwoord op zijn aanstekelijke enthousiasme. Voor het eerste feest vervaardigt een technise werkgroep (TW) met daarin ondermeer (toen) senator, (later) preases en Vorst-Schatbewaarder Aad van Gennip zaal en andere versieringen. het blijkt een enorme klus, maar met behulp van etalgemateriaal van een grootwinkelbedrijf, lukt het vrij aardig. Ook kunnen beschikken over uniforme kleding blijkt een probleem. Uiteindelijk komen de eerste kostuums voor de Raad van Elf uit Breda, waar ze bij een bedrijf zijn gehuurd. Al snel is de bijnaam van de kleding 'soepjurken'. De huurprijs van de kleding, waarbij ook die van de Prins, zijn Page en twee Gendarmes, hapt met F 1675,- flink in de begroting. Maar het resultaat is vier grote en spraakmakende carnavalsavonden en een kinderfeest op zaterdag 23 februari, dat onder meer bekendheid krijgt door mededelingen vanaf de kansel in de kerk. Het jaar 1962 geldt ook als een doorbraakjaar van de rock 'n roll en begint de furore voor onder anderen popster Chubby Checker. Ook The Beatles en The Rolling Stones hebben met hun opvallende repertoire de aandacht getrokken van het grote publiek. Naast het Rotterdamse carnaval is ook televisiehond Lassie in opmars. President John F. Kennedy laat de Russen en Cuba na het beruchte 'Varkensbaai-incident' weten een oorlog niet te schuwen. Het zijn minder prettige en dreigende kwesties dan het carnaval. Over de uitkomsten speculeert men druk in de winkels en aan de deur met de bakker, melkboer of bezorger van tijdschriften of kranten.

Burgermeester in dat jaar is mr. G.E.van Walsum met naast zich wethouders als H.W. Jettinghoff (de vader van Jan Jettinghoff, anno 1994 directeur van de woningbouwvereniging Vreewijk/Lombardijen), Roel Langerak (raadslid van 1945 tot 1970 en waarnaar op 1 juli 1979 het Roel Langerakpark en de Roel Langerakweg zijn vernoemd) en G.Z. de Vos (die het jaar daarop enorme problemen krijgt met de bewoners van de Afrikaanderwijk, omdat die het predikaat 'asociaal' niet pikken).

Juni 1962 is een rustige maand, doch zoals uit de inleiding blijkt voor de carnavalsgroep De Boergoenzers een bijzondere. Op de 4 doet het 11000 ste zeeschip Rotterdam aan en dat is zeven dagen vroeger dan een jaar eerder. Op dezelfde dag verwoest een grote brand de verf en vernisfabriek Ludwig Leven en Sormani aan de Keileweg en de (nog bestaande) fabriek van de N.V. Cherfaro loopt hierbij erntige schade op. Terwijl de brandweer nablust, gaat in de stad de 16de Avondvierdaagse van de Wandelkring Rotterdam en Omstreken van start. Het motorschip Sennaar van de Sudan Shipping Line Ltd doet als eerste Soedanees schip de haven van Rotterdam aan, de dag daarna aanvaardt de gementeraad de bouw van een brug over de Zalmhaven, de zogeheten Stokkenbrug. In februari 1994 is deze brug weggetakeld en heet nu de Pincoffsbrug en ligt halverwege over de verkleinde en vernieuwde Binnenhaven in de nieuwe woonwijk Binnenhaven/Spoorweghaven in de Kop van Zuid. In dezelfde vergadering valt het besluit voor een opknapbeurt van het Afrikaanderplein naar een (later omstreden) ontwerp van stadsarchitect Bracke. De voetbalclub Xerxes behaalt op 17 juli 1962 het amateur- kampioenschap van Nederland door in Maastricht 2-2 te spelen tegen Standard. Met de aankomst van schepen gaat het snel, want de dag daarop arriveert in de haven al het 12.000ste zeeschip. Twee dagen later reikt wethouder mr. H. Bavinck in Hordijkerveld de eerste sleutel uit aan de eerste bewoner van deze wijk. Op dezelfde dag wint Sparta de KNVB-voetbalbeker door met 1-0 te winnen van DHC.

Op 21 juni gaat de gemeenteraad akkoord met het bouwen van 672 galerij- woningen, voorzien van centrale verwarming, in de Prins Alexanderpolder. Ook valt het besluit tot de aanschaf van een representatieve directieboot voor het Havenbedrijf.

Op 22 juni 1962 ziet carnavalsgroep De Boergoenzers het geboortelicht. Drie dagen later gaat aan de Teilingerstraat de eerste paal de grond in voor een nieuw bedrijfspand voor de Rotterdamse Taxi Centrale. Het pand is nu een garagebedrijf.




Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu